2008.11.07

Meer of minder

more or lessDe opzet van dit spel is heel eenvoudig: naargelang de opdracht moet het kind het vakje met het meeste of het minste voorwerpen aanduiden. Per spelbeurt krijgt het 10 opgaven in stijgende moeilijkheidsgraad (= meer vakjes met elkaar vergelijken).

Dit spel leent zich bij uitstek om met kinderen in de derde kleuterklas te doen. Nu concepten als het in één keer herkennen van kleine hoeveelheden tot 4 (subitising) en het kunnen tellen van kleine hoeveelheden (vanaf 4) als maat voor rekenrijpheid gelden - meer dan de vaardigheden zoals Piaget ze beschreef, aangezien deze samen met het aanvankelijk rekenen ontstaan - biedt het ook veel observatiemogelijkheden voor ouders en leerkrachten. Enkele voorbeelden:

  • Ziet het kind onmiddellijk waar er het meest of het minst voorwerpen zijn?
  • Moet het kind nog tellen?
  • Hoe telt het kind?
    • Met of zonder aanwijzen op het scherm?
    • Telt het de voorwerpen in alle vakjes of slechts in enkele vakjes?
    • Herkent het kind hoeveelheden tot 4 zonder te tellen?
  • Denkt het kind logisch of deductief (vb. als vakje 1 minder is dan vakje 2 en vakje 2 minder is dan vakje 3, dan is vakje 1 ook minder dan vakje 3) of moet het alle vakjes met elkaar vergelijken?

Het spel biedt met andere woorden heel veel kansen tot korte diagnostische gesprekjes. Dit mag geen hinderpaal zijn om het spel toch te gebruiken. De leerkracht of volwassenen is toch nodig om de opdrachten in het Nederlands te vertalen.

12:30 Gepost door Lieven Coppens | Permalink | Tags: hoeveelheidsbegrip, internet, rekenen, tellen, kleuters, vergelijken, resultatief tellen, rekenbegrippen, subitizing, voorbereidend rekenen | |

De commentaren zijn gesloten.